Doe het zelf-journalistiek

Recent ‘versterkte’ een jong buitenlandredacteur van de VRT zijn ‘stand up’ uit Haïti met de montage van het elders opgenomen geluid van een geweerschot. De jongeman werd in alle media door zijn collega’s aan de deontologische schandpaal gezet, en door zijn werkgever gesanctioneerd. Misschien ietwat overdreven voor een blunder die in literatuur over verslaggeving in gespannen situaties (www.arnoldkarskens.com) eerder als beginnersfout overkomt?

Dan kwam de redactie van een “boekske” makkelijk weg. Die onderscheidde zich van àl haar collega’s, door de uitdrukkelijke wens van een politica om haar gezondheidstoestand strikt privé te houden te schenden. De politica reageerde met een persbericht. Zowat alle media namen dit fijntjes over, met een sneer naar het “boekske”, en zo werd de privé-info ruim verspreid. Gevolgd door een flauw excuus van de boekskesredactie, die haar inbreukmakend bericht keurig op haar website behield. De politica is nu onherstelbaar geschonden in haar persoonlijk recht om zelf te beslissen met wie ze haar gezondheidstoestand wilde delen.

Zoals vele gok- en kansspelen, waren belspelletjes op tv misleidend. Met een beetje justitiedepartement, of een kansspelcommissie die wat verantwoordelijkheid zou tonen, zouden die ondingen al fors bijgestuurd zijn. Zo werkt ons land dus niet; ook onze “gewone” journalistiek corrigeert dat niet. Dan maar de beuk erin. Sympathieke lieden, gekend om hun gevoel voor humor, in een entertainmentformaat. Infiltratie, verdoken opnamen, beeld- en geluidsregistratie in het geniep, door een werknemer van het ene productiehuis die zich, met dat doel, laat aanwerven bij een concurrent. Belspelwinkel gesloten, doel bereikt. Applaus.

Of toch niet? Let wel. Het gaat hier niet om verdediging van belspelletjes, het gaat hier om de methode. Bijzondere journalistieke methoden, zoals de onthouding van de melding dat men optreedt met journalistiek oogmerk, dat men informatie verzamelt met het oog op publicatie, dat men beeld- en geluidsopnamen maakt met het oog op uitzending, zijn – terecht – fors geregeld door deontologische beperkingen (www.rvdj.be). Vooreerst moet het gaan om een maatschappelijke aangelegenheid van algemeen belang. Misleidende praktijken beantwoorden aan dat criterium; men kan zich afvragen of dat zo blijft als het, zoals hier, ging om het “publiek geheim”. Vervolgens moet aangetoond worden dat de informatie over zulke zaken niet op enige andere wijze kon worden verzameld. Nochtans kon het overdreven ingewikkeld karakter van de rekenvragen, of het gezocht karakter van dierennamen makkelijk vanuit een huiskamer worden aangetoond. In de mate dat de verwisseling van omslagen met de “juiste” antwoorden zelfs een montage is van opnamen elders, was er sprake van bedrog. En tenslotte vergt de code grondig redactioneel overleg met hoofd- of eindredactie: tja, zulke dingen zijn er natuurlijk niet in productiehuizen die entertainmentformats aanbieden. Eigen effect eerst!

Zou er desondanks overweging zijn aan gegeven, vermits het kennelijk doel toch was een weekbladartikel te maken en een item in een tv-programma? Zou de VRT als opdrachtgever van het productiehuis, eisen stellen inzake de keuze van onderwerpen en de gebruikte methoden? Zou het productiehuis dan ook gehouden zijn de journalistieke deontologie na te leven? Zou het bevoorrecht weekblad ook een deel van de kosten betalen? Over zulke aspecten heerst grote stilte.

De klassieke media zijn onvermogend geweest om de schande van het stilzitten van onze autoriteiten tov de belspelletjes adequaat aan te pakken. Nu zijn de belspelletjes geliquideerd met miskenning van de journalistieke deontologie; sommige medewerkers ervan werden mogelijk ten onrechte te kijk gezet, of ze werden slachtoffer van montage à la Haïti-incident. Nochtans worden de makers van het item als helden op het schild geheven – ook al waren zij eerder al verantwoordelijk voor de distributie van fictieve persberichten.

De kernvragen blijven open. Waarom faalden de klassieke media in hun kritische rol ten opzichte van onze autoriteiten? Willen we een samenleving waarin lieden met microfoon en camera stiekem opnamen maken?

Het geeft te denken dat autoriteiten en redacties falen. Zou dat worden goedgemaakt door makers van ongeoorloofde opnamen? Moeten we heil verwachten van wie wettelijke en deontologische regels miskennen en die, onder het humorvoorwendsel, overgaan tot standrechtelijke executie? Wie voor zichzelf een nobel doel definieert, is aan de samenleving verplicht om dat doel te realiseren met oorbare en nobele middelen. Gemakkelijkheidsoplossingen zijn noch verenigbaar met de doelstelling, noch met de rechtsstaat die ruime journalistieke vrijheden garandeert, doch binnen een ethisch kader. Tenslotte verschilden stasimethoden niet veel van de neveneffecten die hier werden samengevat, zij het dat moet worden toegegeven dat het humorgevoel van de Stasi minder ontwikkeld was.

Auteur: Leo Neels

matuvu